„....A delicate balancing act on the mixing desk must have been required to cater for the orchestra in full flight and still leave space for Helen Whittaker’s flute, for the whistled counterpoint and chimes on “Sleeper”, the harp at the close of “Hungry Years”, and for the wine glass fingered like a glass harmonica at the end of “We Were Wasted”............” (Financial Times)
Trouw 01-01-2011
Ensemble Klang in Toptien van Anthony Fiumara

Review www.kwadratuur.be
Waves - Peter Adriaansz
Ensemble Klang
De ‘Waves’ van Peter Adriaansz kunnen met recht en rede sensationeel genoemd worden, ook voor luisteraars die niet vallen voor deze indrukwekkende werken. Adriaansz’ muziek is namelijk niet alleen auditief, maar ook tactiel waar te nemen. Wie de ‘Waves’ in de huiskamer laat klinken, zal namelijk snel kunnen vaststellen dat links en rechts het meubilair of andere huisraad begint mee te trillen. Niet omdat de muziek zo luid zou zijn, maar omwille van de bevreemde intonatie en harmonie die het Ensemble Klang perfect tot klinken weet te brengen.
Opgebouwd uit hoofdzakelijk lange tonen, klinken de ‘Waves’ als klanksculpturen: vlagen toonhoogte, kleur en dynamiek die geen onbeweeglijke monolieten vormen, maar met hun kleine bewegingen ongrijpbaar worden. Zo verliest de luisteraar alle gevoel van tijd en ruimte, een effect dat nog versterkt wordt door de uitgekiende gelaagdheid. Door het gebruik van duidelijk afgebakende micro-intervallen (kleiner dan de afstand tussen vlak naast elkaar liggende zwarte en een witte toetsen van de piano) ontstaan samenklanken, ongehoord voor de meeste westerse oren. Deze uiterst gedetailleerde dissonantie resulteert in opmerkelijke akoestische verschijnselen, zoals de pulsen die ontstaan bij erg kleine toonafstanden, een verschijnsel dat reeds bredere bekendheid geniet dankzij het werk van de Amerikaan James Tenney. Zo worden Adriaansz’ ‘Waves’ chemische reacties, waarbij de harmonie zich vermengt met de kleur van de instrumenten en de toonsterkte waarmee de klanken gespeeld worden.
Dit muzikale concept weet Adriaansz in elke werk anders in te vullen: met strakke tonen, in- en uitfadende klanken of door het gebruik van extreme registers. ‘Wave 3’ voor piano, sinustonen en gesamplede strijkers begint zelfs ultraconsonante met bourdonachtige, holle octaven en kwinten die een raster vormen waarop zachte, dissonante wolken gelegd worden.
De diepste indruk wordt nagelaten door de triptiek van ‘Waves’ 5, 6 en 7. Het eerste deel zet melodisch pentatonisch in, waarna de muziek overgaat in trage golven, veroorzaakt door de wisselende intensiteit van de dissonantie. Voor ‘Wave 6’ vertrekt Adriaansz plots vanuit het hoge register, waarbij de golfbeweging versnelt. De verschillende klanklagen – als plastic slides van verschillende kleuren die over elkaar schuiven en waarbij elke laag haar invloed heeft op de totaalkleur – schuiven sneller over elkaar, waarbij de zwevingen (een bijproduct van de dissonantie) duidelijk hoor- en voelbaar worden. Voor het afsluitende ‘Wave 7’ verhuist de componist de muziek naar de diepte van piano, basklarinet en trombone, wat de aanzet vormt tot een dreunende geluidsmuur die qua intensiteit vergelijkbaar is met de klankorgieën van Sunn O))) of Zeitkratzer.
Het korte ‘Nu Descendant un Escalier’ is met de levendige ritmiek en de duidelijk afgebakende driedelige structuur een uitzondering op dit anders psychedelisch aandoend album. De technieken die Adriaansz voor deze geestesverruimende ‘Waves’ hanteert, zijn bezwaarlijk nieuw te noemen, maar de muzikale en gevarieerde invulling maken dit album tot een indrukwekkende en esthetisch beklijvende ervaring. Al mag Adriaansz die eer delen met het fenomenale precisie spelende Ensemble Klang.
Review of O Death in the Baltimore City Newspaper:
Ensemble Klang: Oscar Bettison: O Death
By Lee Gardner | Posted 4/21/2010 No matter where we're born, no matter what music we listen to or play, we share one thing in common: We're going to die. It's an awareness that runs deep through bedrock musical traditions the world over, from American folk and blues to British broadside ballads to the requiem mass. Each of those aforementioned musics in some way feeds into O Death, an expansive 2005-07 chamber work by British-born composer and newish Peabody Institute faculty member Oscar Bettison, written for and newly recorded by Dutch group Ensemble Klang. Just as death unifies us, the American folk tune that gives the piece its title unifies Bettison's composition. While there's no obvious sign of it in the opening movement, the languid glissandos and metallic twangs of the American South and its music are written right into the score, delivered by a front line of trombone, electric guitar, and reeds. But this is no plantation japery; the piece quickly moves into an ever-developing swirl of swarming, syncopated horns over a nagging guitar ostinato. Eerie harmonies from reeds and an unconventional array of percussion accompany the piece proverbially falling apart (perhaps to its knees, programmatically speaking) before rousing for fleet, feverish interplay between the horns, piano, and percussion. At the literal heart of the composition lies "O Death" itself, its melody recast and redistributed across the ensemble for a modernist dirge, tolling bells sounding an ominous knell. But the opening chorus returns, and the piece continues with the keening penultimate movement telegraphing terror in its descending scales before the inevitable lulling finale, nailed shut by a thudding drum. More than the programmatic aspect, what impresses here is the breadth of effects and moods Bettison creates with a relatively limited palette, aided by Ensemble Klang's adroit playing and nimble instrumental and textural shifts. It helps that this is not a work that plays down to its populist source material, nor does it abandon the essential approachability that allows a tune like "O Death" to travel through generations. There are far worse ways to spend an hour or so, even your last.
Review of Waves in the Parool Newspaper 14/04/2010:
Peter Adriaansz - Waves *****
RECENSIE

Geruststellende, moedgevende gedachte: ook in deze populistische tijden zijn ze er nog, componisten die compromisloos de noten schrijven die ze van zichzelf moeten schrijven. Componeren uit innerlijke noodzaak, de bezigheid van de ware Jacob.
Peter Adriaansz (1966) is er zo één. Zijn muziek staat in Nederland volledig op zichzelf. Geestverwanten in de muziek (James Tenney, misschien Morton Feldman) en in de beeldende kunst (Mark Rothko, Jackson Pollock) zijn eerder te vinden in Amerika, het land waar zijn wieg stond.
Ensemble Klang heeft een cd met werken van Adriaansz opgenomen die liefhebbers van langzaam bewegende kleurvlakkenmuziek onmiddellijk moeten aanschaffen. In dit genre zijn dit schitterende stukken. De grote troef van Adriaansz is de laatste jaren het gebruik van de Ebow, een apparaatje waarmee snaren in trilling kunnen worden gebracht door elektromagnetische velden. De Ebow wordt in de betere popmuziek soms gebruikt door gitaristen, maar Adriaansz bespeelt het binnenwerk van een piano ermee. Met betoverende boventoonrijke eindeloos lange tonen als resultaat.
Zeven van de acht stukken op de cd heten Wave (gevolgd door een nummer) en ze bestaan uit combinaties van zeer lange lijnen, die samen steeds veranderende veelkleurige weefsels opleveren. Als luisteraar word je gaandeweg steeds dieper in de klank gezogen, waarbij zich eindeloos gedetailleerde werelden ontvouwen waarvan je het bestaan niet vermoedde. (ERIK VOERMANS)
(Ensemble Klang)

Review Veerhavenconcert 2009 Rotterdam:

Beeldschone pathetiek op geslaagd Veerhavenconcert
Zevende Veerhavenconcert; Rotterdams Philharmonisch Orkest en solisten o.l.v. José Miguel Esandi en Valery Gergiev.
AD-Rotterdams Dagblad, 31 augustus 2009 - Ger van der Tang
„ Alles viel zaterdag op zijn plek. De wens van de jarige burgemeester Aboutaleb dat de hemel mocht meewerken, ging in vervulling, want de weergoden voorzagen het toch al feeërieke decor van schitterende wolkenpartijen. De geluidsversterking, een jammerlijke spelbreker bij vorige edities, was ditmaal verrassend naturel en de presentatie van Karen Verstraete ter zake en ad rem. De consternatie die ontstond nadat....”